Tanden en kiezen bestaan in feite uit twee delen: een zichtbaar deel, de kroon, en een onzichtbaar deel, één of meerdere wortels. Met de wortels zitten de tanden en de kiezen verankerd in de kaak. Elke wortel bevat een kanaal, gevuld met levend weefsel: zenuwvezels en kleine bloedvaten, samen ook wel 'pulpa' genoemd. Door tandbederf, een lekkende vulling of door een klap of val kan de pulpa ontstoken raken. Gevoeligheid bij het drinken van warme of koude dranken kan een eerste teken van zo'n ontsteking zijn. Omdat deze ontsteking een gevaar kan zijn voor de tand of kies en bovendien kan leiden tot een ontsteking van het kaakbot, is het belangrijk dat deze wordt behandeld. Deze behandeling wordt een wortelkanaalbehandeling of endo genoemd. Tijdens een wortelkanaalbehandeling wordt de tand of kies geopend, zodat de kanalen kunnen worden opgezocht. De pulpa wordt dan verwijderd en de kanalen worden met behulp van een vijltje schoongemaakt. Het is hierbij belangrijk dat alle kanalen gevonden worden en dat alle pulparesten verwijderd worden. Als dit niet of onvoldoende gebeurt, zullen de klachten blijven en bestaat de kans dat het element alsnog verloren gaat Een wortelkanaalbehandeling wordt vaak in 2 keer uitgevoerd. Aan het eind van de eerste afspraak worden de kanalen opgevuld met een ontsmettende pasta. Tijdens de tweede afspraak worden de kanalen verder schoongemaakt en worden ze daarna hermetisch afgesloten met behulp van stiftjes van rubberachtig materiaal (guttapercha). Het is normaal dat u na een wortelkanaalbehandeling nog 1 of 2 dagen last heeft van napijn. Meestal beperkt dit zich wel tot een vervelend gevoel bij belasting van de tand of kies. Een tand of kies wordt door een wortelkanaalbehandeling vaak dermate verzwakt, dat breuk van deze tand of kies niet kan worden uitgesloten. Een dergelijke breuk kan voorkomen worden door op de behandelde tand of kies een kroon te vervaardigen. De mogelijkheden hiervoor zal de tandarts met u bespreken.